Een stel heeft tijdens de relatie een huis gekocht en samengewoond. Na beëindiging van de relatie vertrekt de vrouw uit de woning. De man wil hij het huis overnemen voor een te laag bedrag. De vrouw vraagt op ons advies  haar deel van de taxatiewaarde van de woning. De rechtbank geeft haar gelijk en veroordeelt de man mee te werken aan een nieuwe bindende taxatie.

Op het moment van de relatiebreuk was de woningmarkt ingestort, met lage huizenprijzen als gevolg. Na verloop van tijd trekt de nieuwe partner van de man in en wil hij het huis overnemen voor de  toenmalige waarde. De vrouw laat de woning op ons advies taxeren en wenst verdeling van dit bedrag, na aflossing van de hypotheek. De man is echter slechts bereid de vrouw haar deel van waarde op het moment van haar vertrek te betalen, wat voor haar nadelig is. Zijn advocaat beweert dat de waarde van 2 jaar geleden redelijk is en dat de vrouw niet mag profiteren van de latere waardestijging. Spoorlaan Advocaten betwist dat namens de vrouw.

In een procedure vordert de man toescheiding van de woning voor de toenmalige waarde. Wij betogen dat voor de zogenaamde peildatum moet worden gekeken naar de waarde van het moment van verdeling. De rechtbank volgt dit en oordeelt: “… Nu partijen het niet eens zijn over de waarde van de woning is de hoofdregel van toepassing, dat bij verdeling uitgegaan moet worden van de actuele waarde (…). Een nieuwe bindende taxatie moet daarom uitsluitsel geven(…). De uiteindelijke overwaarde moet 50/50 worden verdeeld”.