Een stel heeft samengewoond en tijdens de relatie een huis gekocht. Na beëindiging van de relatie vertrekt de vrouw uit de woning. De man wil het huis overnemen voor een bedrag onder de marktwaarde. De vrouw vraagt op ons advies  haar deel van de taxatiewaarde van de woning. De rechtbank geeft haar gelijk en veroordeelt de man mee te werken aan een nieuwe bindende taxatie.

De discussie heeft lang geduurd. Op het moment van de relatiebreuk was de woningmarkt ingestort, met lage huizenprijzen als gevolg. Destijds heeft geen verdeling plaats gevonden, maar na een paar jaar wil de vrouw van de gedeelde eigendom af.  Ze laat de woning op ons advies taxeren en wenst verdeling van dit bedrag, na aflossing van de hypotheek. De man is echter slechts bereid de vrouw haar deel van de – veel lagere-  waarde op het moment van haar vertrek te betalen, wat voor haar nadelig is. Zijn advocaat beweert dat de waarde van destijds redelijk is en dat de vrouw niet mag profiteren van de latere waardestijging. Spoorlaan Advocaten betwist dat namens de vrouw.

In een procedure vordert de man toescheiding van de woning voor de toenmalige waarde. Wij betogen dat voor de zogenaamde peildatum moet worden gekeken naar de waarde van het moment van verdeling. De rechtbank volgt dit en oordeelt: “… Nu partijen het niet eens zijn over de waarde van de woning is de hoofdregel van toepassing, dat bij verdeling uitgegaan moet worden van de actuele waarde (…). Een nieuwe bindende taxatie moet daarom uitsluitsel geven(…). De uiteindelijke overwaarde moet 50/50 worden verdeeld”.

Procedures als deze zijn soms helaas nodig. Gelukkig lukt het ons vaak onderling een regeling te treffen. Na de (vorige?) crisis verliep de verdeling vaak moeizaam omdat toen vaak sprake was van een woningschuld. Het is de vraag of de recente coronacrisis opnieuw zal leiden tot daling van woningwaardes. Dat kan dan gevolgen hebben voor het verloop van discussie over verdeling van de woning en de timing daarvan.

Vragen over familierecht? Onze advocaten in regio Woerden/Utrecht adviseren, bemiddelen en procederen over scheiding, verdeling,alimentatie, omgang, co-ouderschap en meer.