Pensioen na echtscheiding​

Sinds 1995 geldt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Sindsdien geldt dat u bij scheiding recht heeft op 50% van het pensioen dat uw ex-partner tijdens uw huwelijk heeft opgebouwd. Andersom geldt dit eveneens.

Normaal gesproken vragen de ex-partners na de scheiding aan de wederzijdse pensioenfondsen om het per persoon opgebouwde pensioen te verevenen. In principe moet zo’n aanvraag binnen twee jaar na de scheiding zijn ingediend. De pensioenfondsen rekenen dan het pensioendeel per persoon uit. Op het moment dat het pensioen wordt uitgekeerd, ontvangt ieder zijn/haar deel. De ex-partners hebben onderling dan niets meer met elkaar te regelen.  Als de zogenaamde verevening niet op tijd is aangevraagd hoeft het pensioenfonds de uitbetaling na de pensionering niet te verdelen. Wettelijk moet degene die het (dan dus volledige) pensioen ontvangt, de ander dan het opgebouwde deel betalen.

Voor echtscheidingen voor 1995 is de situatie anders. Over de periode tussen 1981 en 1995 geldt de uitspraak Boon-Van Loon. Het volledige pensioen dat tot de datum van de echtscheiding was opgebouwd moe(s)t worden verdeeld: niet alleen het deel dat tijdens het huwelijk was opgebouwd, maar ook het deel voor het trouwen, moe(s)t in de verdeling worden betrokken. De afgelopen jaren is nog geprocedeerd over zo’n verdeling. Inmiddels is duidelijk dat hier ook lang na de echtscheiding in principe nog aanspraak op kan worden gemaakt. Rechters hebben bepaald dat een aanspraak niet kan verjaren, en alleen bij uitzondering kan vervallen.

Meer weten?

Wilt u meer weten? Neemt u dan contact met op met een van onze advocaten of mediator familierecht in Woerden.